Het hoe, wat en waarom van auteurs- & portretrecht – deel 4


Gebruik van fotografisch beeldmateriaal
in een private, publieke of commerciële context.
Wat mag, wat moet en wat doe je best niet?

schema auteursrechten 5

VI. Portretrecht
Het basiskenmerk van het portretrecht, of ook nog recht op afbeelding, is de toestemmingsvereiste van de afgebeelde, herkenbare persoon. Deze toestemming wordt niet vermoed en moet uitdrukkelijk en voorafgaandelijk worden verkregen.
Portretrecht geldt tot 20 jaar na het overlijden van de afgebeelde persoon.

Voor publicatie van portretten is zodoende zowel de toestemming van de fotograaf (reproductierecht) als de toestemming van de geportretteerde (portretrecht) nodig.
In die zin houdt het portretrecht dus een beperking in van het auteursrecht.
Noch de fotograaf/eigenaar van het portret, noch de geportretteerde, noch om het even welke andere derde kan eigenhandig beslissen tot publicatie.
– De fotograaf heeft de toestemming nodig van de geportretteerde.
– De geportretteerde heeft de toestemming nodig van de fotograaf.
– Een derde heeft de toestemming nodig van zowel de fotograaf als de geportretteerde.

In een context waarbij je een professioneel fotograaf vraagt om een portret te maken, kan je hierover duidelijke afspraken maken, maar hoe zit het met eigenhandig gemaakte fotografische beelden in eventueel minder formele omstandigheden?

Portretrecht, als deel van het auteursrecht en tevens nauw verbonden met de wet op de privacy, staat soms lijnrecht tegenover het recht op informatie van de burger en de openbare veiligheid.
Ook al werd het portretrecht reeds opgenomen in de oorspronkelijke, uit 1886 daterende, wetgeving rond auteursrecht, en ook al werden deze teksten recentelijk herhaaldelijk gemoderniseerd en uitgebreid, toch merk je dat er rond dit onderwerp één en ander beweegt en rechtspraak regelmatig gestoeld is op interpretatie van het bestaande wetgevende materiaal, bij gebrek aan een sluitende, inclusieve wettekst.

1. Algemeen
Algemeen kan iedere persoon de publicatie van zijn afbeelding verbieden wanneer hij vindt dat hij belachelijk wordt gemaakt, de manier van afbeelden hem schade toebrengt, wanneer de afbeelding wordt gebruikt om reclame te maken voor een product of dienst waar de afgebeelde persoon niet achter staat of wanneer hij slachtoffer of dader* is van een misdrijf.

(*) Een aanpassing van het auteursrecht uit 1994 staat echter de afbeelding toe van personen die veroordeeld werden voor bepaalde terroristische misdrijven.

Deze tekst werd samengesteld door Patrick Verbessem.

Het hoe, wat en waarom van auteurs- & portretrecht – deel 2


Gebruik van fotografisch beeldmateriaal
in een private, publieke of commerciële context.
Wat mag, wat moet en wat doe je best niet?

schema auteursrecht / portretrecht - deel 2

III. Vermogensrechten
Het auteursrecht omvat een aantal vermogensrechten of exploitatierechten.
Deze rechten geven de houders van het auteursrecht de mogelijkheid inkomsten te verwerven uit hun artistieke werk.
Vermogensrechten zijn vervreemdbaar en kunnen dus afgestaan worden.
Reproductierecht en recht van mededeling aan het publiek zijn de belangrijkste exploitatierechten die van toepassing zijn op fotografisch beeldmateriaal.
Het volgrecht is van minder belang voor fotografen, het wordt hier volledigheidshalve vermeld.

1. Reproductierecht
Alleen de fotograaf heeft het recht zijn foto op welke wijze of in welke vorm ook (ttz. direct of indirect, volledig of gedeeltelijk, tijdelijk of duurzaam) te reproduceren of te laten reproduceren.

Je hebt de toestemming van de fotograaf echter niet nodig wanneer de reproductie dient voor bijvoorbeeld privé gebruik, onderwijsdoeleinden, wetenschappelijk onderzoek, bibliotheken, musea of archieven, in het kader van kritiek, polemiek, recensie of in het kader van actualiteitsverslaggeving (enkel voor zover het werk geldig bekend werd gemaakt door de auteur).
Voor alle andere toepassingen heb je wel zijn uitdrukkelijke toestemming nodig.

Het auteursrecht van anderen – fotograferen van beeldhouwwerken, monumenten en gebouwen
Uiteraard genieten ook beeldhouwers en architecten auteursrechten. Zij beschikken bijgevolg over het reproductierecht voor hun eigen kunstwerken en realisaties.
Wanneer het werk, monument of gebouw als centraal element in het beeld wordt voorgesteld, dan kan je best toestemming vragen aan de maker.
Wanneer het echter louter deel uitmaakt van de achtergrond, kan het zonder.
Je kan deze benadering vergelijken met het principe van de ‘gerichtheid’ of ‘ongerichtheid’ bij portretten (zie hierna, pagina 11).
Denk bijvoorbeeld aan het MAS in Antwerpen of het Atomium in Brussel.

Met andere woorden:
– Wil je dus als fotograaf een architectonisch interessant gebouw fotograferen, dan heb je de toestemming van de architect daarvoor nodig.
– Wil deze architect vervolgens het (door hem toegestane) beeld commercieel gebruiken, dan heeft hij de toestemming van de fotograaf nodig.

2. Recht van mededeling aan het publiek
Alleen de fotograaf heeft het recht om te beslissen of en hoe zijn werk wordt publiek gemaakt.
Hij zal een licentie verlenen voor een welbepaald gebruik.
Denk met andere woorden goed na over het gebruik dat je in gedachten hebt voor het beeldmateriaal.
Hou er rekening mee dat een gebruikslicentie aan jou wordt gegeven. Tenzij anders werd afgesproken, komt het je, als licentiehouder, niet toe de beelden ter beschikking te stellen aan derden!
De fotograaf kan ook de beslissing nemen om zijn rechten af te staan.

Voor het recht van mededeling aan het publiek gelden dezelfde voorwaarden als voor het reproductierecht wat de (al of niet) noodzakelijke toestemming betreft.

3. Volgrecht
Het volgrecht betreft alleen auteurs van werken van grafische of beeldende kunst, zoals schilderijen, beeldhouwwerken, collages, gravures, lithografieën, enz.
Het heeft de bedoeling de auteur te laten delen in de opbrengsten van de opeenvolgende (openbare) verkopen van het werk, aangezien een verkoop de voornaamste exploitatiewijze van dergelijke werk uitmaakt.
Voorwaarde is dat het aangeboden werk een minimum verkoopprijs realiseert, waarop de kunstenaar vervolgens recht heeft op een percentage van de verkoopprijs, dat degressief is in functie van de hoogte van de verkoopprijs.

Deze tekst werd samengesteld door Patrick Verbessem.