Fleurige kleuren (2)


Onlangs was ik uitgenodigd in het Europese opleidingscentrum van Fujifilm in Brussel voor een kennissessie over kleurbeheer.
De NVB (Nationale Vereniging van Beroepsfotografen) sprak hiervoor kleurengoeroe Marc Cielen aan om zijn inzichten met ons te delen.

In deze tweede bijdrage van deze week een kort wat en waarom van diverse kleurenruimtes.

Wat zijn kleurenruimtes en waarom zijn ze belangrijk?

“Het doel van kleurbeheer bestaat in een vertaling van apparaat-specifieke numerische kleurwaarden, zodat de kleuren in het resultaat zo goed mogelijk overeenkomen met de feitelijke kleuren en bijgevolg zo onafhankelijk mogelijk zijn van de gebruikte apparatuur, of het nu een camera, printer, computerscherm of drukpers betreft.”

Eenvoudiger gesteld: kleurbeheer zorgt ervoor dat de kleuren op de foto dezelfde zijn als in het echt.

Klinkt evident? Is het niet!
Vandaag de dag is dit zelfs onmogelijk.

Elk apparaat gaat anders om met kleur; één ding hebben ze echter allemaal gemeen: geen enkel apparaat is in staat om het ganse kleurenspectrum weer te geven.

kleurenspectrum CIE xy

Het volledige spectrum aan zichtbare kleuren volgens een CIE xy grafische voorstelling.
Zoals besproken in de bijdrage van vorige week, bevat deze voorstelling reeds ‘dubbels’ voor mensen met een verminderd kleurenzicht.

sRGB (RGB staat voor Red Green Blue) is de standaard kleurenruimte die eind vorige eeuw door HP en Microsoft werd ontwikkeld. Het wordt algemeen gebruikt voor computerschermen, printers en op het internet.
Nagenoeg alle camera’s nemen JPEG-foto’s in sRGB (al naargelang de mogelijkheden van de camera kan je dit aanpassen).
sRGB is dus een standaard die zeer breed wordt toegepast.
Met 35% van het kleurenspectrum is z’n weergave echter eerder beperkt.

kleurenruimte sRGB & AdobeRGB © Patrick Verbessem

AdobeRGB werd ontworpen door Adobe Systems om een groter gedeelte van het kleurenspectrum weer te geven.
Niet alleen heeft het een dekking van 50,6% van de zichtbare kleuren, deze kleurenruimte komt behoorlijk goed overeen met de CMYK-kleurenmodus.
Daarom verkiezen drukkers AdobeRGB boven sRGB.

CMYK (staat voor Cyan Magenta Yellow blacK) is de industriële standaard voor vierkleurendruk in magazines, boeken en kranten.
Deze modus is in staat om meer groentinten weer te geven dan de sRGB-kleurenruimte en komt in die zin beter overeen met de AdobeRGB-ruimte.
De kleuren komen echter doffer over: in de grafiek kan je dit zien aan de punten van de Adobe-RGB driehoek die in CMYK afgetopt zijn.

kleurenmodus CMYK © Patrick Verbessem

De CMYK-modus komt behoorlijk goed overeen met de AdobeRGB-kleurruimte.
Het aftoppen van deze laatste resulteert in de over het algemeen doffere kleuren in CMYK.

Er bestaan tientallen varianten op het RGB-thema, ik neem er nog twee, niet onbelangrijke, onder de loupe.
Wide-gamut RGB, ook van Adobe Systems, geeft 77,6% van de zichtbare kleuren weer.
ProPhoto RGB, een ontwikkeling van Kodak, spant de kroon met het visualiseren van meer dan 90% van het kleurenspectrum.
Deze uitgebreide kleurenruimtes zijn echter niet algemeen aanvaard als standaarden, vragen een duidelijk hogere processor capaciteit en, wil je kleurbanden in de beelden vermijden, dan kan je best werken met  high-end monitoren met 16-bit kleurendiepte per kanaal.

kleurenruimte Wide Gamut & ProPhoto RGB © Patrick Verbessem

Word geen Kodak


Gelezen in Forbes en Jobat (artikel onderaan bijgevoegd).
‘Eastman Kodak announced early Thursday that it has filed for protection from its creditors under Chapter 11 of the U.S. bankruptcy code.’

Een bedrijf met een expertise van meer dan 130 jaar. Een merk dat er in slaagde van zijn naam een soortnaam te maken. Zelfs mijn kinderen, jonge tieners, spreken af en toe nog van een ‘kodak’. Wellicht overgeërfd van mij, m’n generatiegenoten, en hun grootouders, maar toch. Een bedrijf dat als geen ander ‘kleur’ onder de knie had en dit als zijn Unique Selling Proposition op de markt bracht.
Dat bedrijf staat nu op de rand van het faillissement.

Bij de overgang van analoge naar digitale fotografie hebben ze ingezet op meer en beter … van hetzelfde.
‘Beter’ door strategische samenwerkingsverbanden aan te gaan met merken als Nikon en Canon en op basis van hun camerahuizen professionele high-end toestellen te ontwerpen. Prijzen in de orde van grootte van  8.000 € waren niet van de lucht.

‘Meer’ door uiteindelijk te besluiten de professionele markt te verlaten en zich, in het verlengde van hun grensverleggende Brownies uit het midden van de vorige eeuw, te concentreren op de populaire fotografie en haar massaproducten.

Twee keer een misser. Meer en beter is niet per definitie fout, maar in dit geval had men best ‘anders’ niet uit het oog verloren.
De introductie van Ipads, smartphones, Facebook, Picasa, … zeg maar de volledig veranderde manier waarop mensen met foto’s en beelden omgaan, heeft tabula rasa gemaakt met de fotografie van de 20ste eeuw.
Of je daar nu voor of tegen bent: het is eenvoudigweg een feit.

Pelliculefotografie sterft wellicht niet uit – Ilford bracht onlangs trouwens nog een platencamera met pinholelens op de markt. Zij zal zich in een niche nestelen voor een beperkt aantal die-hards en adepten. Een beetje zoals de vinylplaat terug een plaatsje heeft verworven binnen het totale muziekaanbod en als luxeproduct aan de man wordt gebracht.

Missers zijn van alle tijden. Hoe duidelijk ze ook blijk geven van een gebrek aan visie, gelukkig zijn ze lang niet altijd even dodelijk (of gevaarlijk, om niet op de feiten vooruit te lopen) als in het geval van Kodak.
Zo gaat het verhaal dat twee jonge kerels, Thomas en John Knoll, tijdens de late jaren ’80 gingen aankloppen bij Nikon met een programmaatje dat ze hadden ontworpen voor beeldbewerking. Ze werden afgewimpeld met het argument ‘not our cup of tea’.
Het programma heette Photoshop.

Maar trek ik (en bij uitbreiding jij) daar zelf lering uit?
Hoe combineer ik dagelijks bestaande kennis, vermeerder ik deze en sta tegelijkertijd open voor compleet nieuwe invloeden?
Hoe blijf ik tegelijkertijd productief en wakker voor nieuwe trends?

Ondernemen met het oog op de toekomst is zo ongeveer het tegenovergestelde van cruisen op automatische piloot.
Zonder behoefte om wallen van slapeloosheid te kweken onder je ogen, houdt het je wel wakker op een verfrissende manier.