Hoe vermijd ik middelmatige foto’s?


Ik ben aan het einde gekomen van m’n 10 (+1) tips om op een meer doordachte manier te fotograferen.
Wil je alle tips nog eens doornemen, dan kan dat met de hierbij door mij aangeboden bundel.

View more documents and presentations from PatrickVerbessem.

Download: Hoe vermijd ik middelmatige foto’s? 10 veel gemaakte fouten bij het fotograferen. (PDF)

Bewerk je foto’s


Hoe vermijd ik middelmatige foto’s?
10 veel gemaakte fouten bij fotograferen.

Bonustip 11. Bewerk je foto’s

En tenslotte een extraatje dat niet recthstreeks te maken heeft met het fotograferen op zich, maar er anderzijds toch niet los van gezien kan worden.

Daar waar vroeger heel wat afgedrukte foto’s in de omslag van de ontwikkel-en afdrukdienst bleven zitten, zie je nu dat een (wellicht nog veel groter) aantal foto’s het niet verder brengt dan gedownload worden op de computer.

Ik wind er geen doekjes om: nabewerking van foto’s vraagt tijd. Maar zeg nu zelf: na al die moeite om je onderwerp zo goed mogelijk in beeld te brengen, wil je het uiteindelijk toch niet verprutsen door die laatste extra toets niet aan te brengen?

Bij de aankoop van heel wat camera’s zit een softwarepakketje dat wellicht voldoende is voor de noden die je op dit gebied hebt. Wil je wat verder gaan, denk dan bijvoorbeeld eens aan, zeer betaalbare, pakketjes zoals Photoshop Elements en dergelijke.

Schaaf de uitsnede van je foto wat extra bij, experimenteer met andere formaten, perfectioneer de witbalansinstelling (van je RAW-foto), scherp de details wat op, maak het geheel wat lichter, verzadigder of levendiger, …

De mogelijkheden zijn nagenoeg eindeloos en kunnen je foto’s net dat ietsje meer geven dat hen de moeite waard maakt om naar te kijken.

Opmerkingen over de ‘prachtige foto’s’ zullen niet van de lucht zijn!

Veel succes!

Ik heb ‘slecht’ materiaal


Hoe vermijd ik middelmatige foto’s?
10 veel gemaakte fouten bij fotograferen.

Tip 10. Ik heb ‘slecht’ materiaal

Natuurlijk kan je niet dezelfde eisen stellen aan een broekzakmodel van 200€ als aan een digitale reflexcamera van 6000€ en het spreekt voor zich dat een kitlens van 150€ beduidend meer lensfouten vertoont dan een professionele zoomlens die het tienvoud kost.
Maar tegelijkertijd is het zo dat de gebruikte apparatuur geen invloed heeft op jouw gevoel om net op het juiste moment af te drukken.
De prestaties van sportwagens zijn aan mekaar gewaagd. Het is de chauffeur die het verschil maakt.

Bij de aanschaf van fotografisch materiaal hou je rekening met het beschikbare budget. Binnen dat budget maak je een keuze, gebaseerd op de voor jou belangrijke criteria.
Er bestaat geen slecht materiaal. Er bestaat alleen materiaal in functie van het voorhanden zijnde budget, het type fotografie, de gebruiksfrequentie, …
Zoals een goed chauffeur met alle wagens kan rijden, kan een goed fotograaf met alle apparatuur overweg en zeer behoorlijke resultaten neerzetten.

Naarmate het toestel de mogelijkheid biedt om als fotograaf autonoom te beslissen over lenstype, diafragma, sluitertijd, gevoeligheid, witbalans, manuele of autofocus, meervoudige opnames, zelfontspanner, … kan je steeds verder ingrijpen op het resultaat, maar laat ons wel wezen: een verrassend hoog percentage van de (duurdere) DSLR-toestellen komt nooit of nauwelijks uit de automatische stand.

Een beetje kort door de bocht kan je de kunst van fotografie herleiden tot twee grote vereisten: compositie en belichting. Met andere woorden: zet jezelf aan de juiste kant van je onderwerp en kadreer het op een gevatte manier.
En dat doe je met welk toestel dan ook op net dezelfde manier.

De beste camera is de camera die je bij je hebt op het moment dat je een foto wil maken!

Bah, slecht weer!


Hoe vermijd ik middelmatige foto’s?
10 veel gemaakte fouten bij fotograferen.

Tip 9. Bah, slecht weer!

Er is geen slecht weer in fotografie. Juist in omstandigheden waarbij veel mensen hun camera liever niet gebruiken, kan je mooie foto’s maken.

Blauwe, wolkenloze hemels helpen misschien wel bij een doordeweeks strandplaatje, maar zijn ondertussen zó uitgemolken dat ze behoorlijk saai zijn geworden.

Wat dacht je echter van een dreigende wolkenlucht met alle schakeringen tussen donkergrijs en melkwit, of wat dacht je van dichte mist waarin nog net een boom te onderscheiden is, of een gierende wind die op een woelige zee opgezweepte schuimkoppen tovert.
Is het een bewolkte dag, grijs en zonder zon? Haal dan je macrolens boven en kijk eens naar bloemen en planten: de natuur toont zich in al haar details en in de volheid van haar echte kleuren.
Geen, door een te felle zon, scherpe, donkere schaduwen meer die afgewisseld worden met al te gemakkelijk overbelichte partijen.

Juist in zo’n omstandigheden krijgen je foto’s impact!

Natuurlijk heeft een knusse openhaard of wat langer in bed liggen zo zijn charmes, maar ik geef het je op een zilveren schoteltje dat je heel wat opportuniteiten laat liggen!
Ook ik kijk er niet naar uit ‘even te gaan wandelen’ in de stortregen om te fotograferen, maar er zijn voldoende mogelijkheden om apparatuur daar tegen te beschermen.

De voldoening over het resultaat maakt het de moeite waard …

Kwantiteit of kwaliteit?


Hoe vermijd ik middelmatige foto’s?
10 veel gemaakte fouten bij fotograferen.

Tip 8. Kwantiteit of kwaliteit?

Eén van de voordelen van digitale fotografie is dat je veel foto’s kunt nemen zonder dat dit je meteen op kosten jaagt. Veel fotografen maken hier gretig gebruik van: alles wat los of vast zit wordt vereeuwigd en (op het internet) getoond.
Spijtig genoeg is men met het nemen van steeds meer foto’s niet kritischer geworden in de selectie van de getoonde exemplaren. Zo loop je het risico dat de geïnteresseerde afhaakt wegens te eentonig, repetitief of nietszeggend.

Een massa foto’s nemen is uiteraard niet per definitie fout, soms kan je niet anders: je hebt bvb. niet de mogelijkheid of de tijd om vooraf de juiste opnamehoek of compositie te bepalen, of je neemt een aantal deels overlappende foto’s om een panorama samen te stellen, of je gebruikt verschillende belichtingswaarden voor eenzelfde compositie om er een HDR-foto uit te distilleren, of je neemt meerdere foto’s van eenzelfde model, om toch maar de perfecte gelaatsuitdrukking of beweging vast te leggen, …

Zorg er echter steeds voor dat alle foto’s achteraf een rigoureuze selectieprocedure ondergaan.
Stel je beslissing eventueel een dag uit als je twijfelt, maar gooi foto’s even vlot weg als dat je ze neemt.
Beperking maakt het geheel sterker. Eén foto zegt al meer dan duizend woorden, maak er dus geen schreeuwerige bedoening van.

Hoe maak je nu een goeie selectie?
Sommige foto’s zijn sterk van zichzelf (dikwijls springen deze er al uit wanneer je ze in een kleine weergave ziet, doordat de compositie perfect zit), andere halen hun sterkte uit hun bijdrage tot het geheel, de verhaallijn.
Wissel landschaps- met portretformaat af, wissel af door foto’s met verschillende opnamehoeken te selecteren, wissel overzichtsfoto’s af met detailopnames, …

Ook professionele fotografen maken minder geslaagde foto’s.
Zoek het internet er maar eens op na. Daar vind je toch alles, nietwaar?
Wel, hoeveel foto’s vind je van bekende fotografen? Als je er een paar honderd vindt, zit je al heel goed! Weeg dit aantal vervolgens af tegenover de 10.000-en / 100.000-en foto’s die zij doorheen hun ganse carrière maken …

Een zwalpende horizon


Hoe vermijd ik middelmatige foto’s?
10 veel gemaakte fouten bij fotograferen.

Tip 7. Een zwalpende horizon

In verhouding tot het aantal foto’s dat vanop een boot wordt genomen, ligt het aantal waarop de horizon vertegenwoordigd wordt door een schuine streep dramatisch hoog.
Dit probleem beperkt zich trouwens niet alleen tot de horizon of andere horizontale elementen ; het breidt zich uit tot vertikale gegevens zoals bomen, gebouwen of interieurs.
Voor alle duidelijkheid gaat het hierbij niet over de normale perspectiefvertekening van rechte voorwerpen die vanonder een schuine hoek worden bekeken of de spijtige, maar niet altijd makkelijk te corrigeren, vertekening van voornamelijk groothoeklenzen.

Echt verwonderlijk is dit echter niet: je concentreert je vol overgave op je onderwerp en de compositie (nu wérkte je eens volgens de regel van de gulden snede!) en ook de uitsnede moet in het oog gehouden en ondertussen moet je snel genoeg zijn om het perfecte moment niet te laten voorbijgaan. Oeps! De achtergrond had je even niet in het oog ..

Sommige camera’s bieden de mogelijkheid om horizontale en vertikale hulplijnen weer te geven in de zoeker of op het LCD-scherm, of bieden andere hulpmiddelen om de camera recht te houden.
Beschik je niet over dergelijke hulpmiddeltjes, dan zit er niets anders op dan een extra seconde uit te trekken om ook de horizon te controleren.

Nabewerkingsprogramma’s laten meestal toe deze fout eenvoudig aan te passen, maar let wel op dat naarmate de correctie groter is, er systematisch een groter gedeelte van de foto wegvalt. Hierdoor verandert de uitsnede en valt er onvermijdelijk informatie weg.
Beschouw dergelijke correcties dus als laatste redmiddel en reken er niet zomaar op.

Product Visualisation - Patrick Verbessem - productfoto - een zwalpende horizon

En tenslotte: ook dit is geen absolute regel!
Zeker wanneer je een dynamisch effect of een verrassend oogpunt wil bekomen verdient het aanbeveling om bewust de horizon schuin te zetten.
Om die bedoeling duidelijk in de verf te zetten, spreek je dan al snel over 10-20°.

Onder- of overbelichte foto’s


Hoe vermijd ik middelmatige foto’s?
10 veel gemaakte fouten bij fotograferen.

Tip 6. Onder- of overbelichte foto’s

Hoe kan dit nu? Je had toch een meer dan behoorlijk beeld wanneer je kadreerde in de zoeker? Vergeet echter niet dat de camerasensor een beperkter dynamisch bereik heeft dan het menselijke oog: de sensor ziet dus minder nuances. Daar waar ons oog in zeer lichte en donkere partijen ontelbare gradaties onderscheidt, heeft de sensor deze mogelijkheid veel minder, waardoor dergelijke partijen ‘toeslibben’ tot onaantrekkelijke onder- of overbelichte delen van de foto.
In standaardomstandigheden is dit allemaal geen probleem, maar juist wanneer we daar wat van afwijken -en het in veel gevallen interessant begint te worden- is de juiste belichting vaststellen één van de moeilijkste dingen bij fotografie.

In de meeste gevallen is de oorzaak van verkeerd belichte foto’s te zoeken in een belichting die op de verkeerde plaats in de foto is gebeurd (de achtergrond is bvb. veel lichter dan het onderwerp, waardoor bij een goed belichte achtergond, het onderwerp te donker zal zijn) of doordat de camera-instellingen zo specifiek zijn (zie Tip 2. Camera-instellingen) dat een goede belichting onmogelijk is (je toestel staat bvb. nog op 1600 ISO, hetgeen op een zonnige zomerdag gegarandeerd zorgt voor uitgebrande foto’s).

Toch is je camera uitgerust met een aantal hulpmiddelen om dit te voorkomen.
Als je camera hierover beschikt, kan je in niet-standaard omstandigheden, gebruik maken van spotmeting. Hiervoor wordt slechts 1% van het beeld gebruikt om de belichting te bepalen: doorgaans is dit het punt waarop je scherpstelt.
Beschikt je camera hier niet over, dan is gedeeltelijke meting aan te raden. Hierbij wordt +/- 10% van het beeld gebruikt voor lichtmeting. Dit is inderdaad veel meer dan bij spotmeting, maar duidelijk te verkiezen boven de standaard algemene meting met nadruk op het centrum.
In omstandigheden waarbij het licht niet ‘standaard’ is maar wel constant tijdens de ganse tijd van de opnames, kan je bijvoorbeeld wél algemene meting gebruiken en dit dan in combinatie met het systematisch onder- of overbelichten met 1 of 2 diafragmastops.

Moeilijkere lichtomstandigheden zijn een goede reden om foto’s in RAW-formaat te nemen. Inderdaad heb je wel enkele extra nabewerkingsstappen, maar dit formaat laat, veel beter dan JPEG, toe om ook achteraf nog bepaalde verbeteringen aan te brengen.

Een (bij nogal wat amateurfotografen) weinig gebruikt, maar nuttig hulpmiddel is het histogram. Dit is een grafiek die je kan oproepen op je LCD-scherm en die toont hoeveel donkere (links) en lichte (rechts) delen in de foto aanwezig zijn.
Een perfect histogram bestaat uiteraard niet, maar probeer er op te letten dat ze ongeveer de vorm van een klokcurve heeft. Dit betekent dat helemaal links (donker) en helemaal rechts (licht) geen, of zo laag mogelijke, waarden af te lezen zijn.

Bewegende fotograaf? Bewogen foto!


Hoe vermijd ik middelmatige foto’s?
10 veel gemaakte fouten bij fotograferen.

Tip 5. Bewegende fotograaf? Bewogen foto!

Tweede oorzaak van onscherpe foto’s (de eerste oorzaak werd in Tip 4 besproken) ligt in bewegingsonscherpte als gevolg van een (te) lange sluitertijd in combinatie met een onvoldoende gestabiliseerd toestel.

Een eerste manier om dit te voorkomen is de zoeker te gebruiken om te kadreren. Meer en meer zie je het gebruik van het LCD-schermpje als middel om te kadreren: camera op ooghoogte, 30-40 cm vóór het aangezicht zwevend, op zoek naar de juiste compositie.
In vergelijking met de beginjaren van de fotografie, waarbij de eerste landschapsfoto’s uren moesten worden belicht om een herkenbaar beeld op te leveren, of zelfs later waarbij geportretteerde personen werd gevraagd enkele minuten onbeweeglijk te blijven zitten (op dergelijke portretten zullen mensen onveranderlijk zitten of ergens tegenaan leunen; lachen doen ze niet omdat het geen minuten is vol te houden zonder te verworden tot een grijns), zijn hedendaagse fotografische sensoren vele malen gevoeliger voor licht: ze hebben het mogelijk gemaakt om de meeste foto’s uit de hand te nemen.
Toch zijn er (licht)omstandigheden waarbij het gebruik van een statief, in combinatie met een afstandsbediening of de ingebouwde ‘timer’ aan te raden.
Omdat je niet overal een statief kan of wil meezeulen, of omdat je wellicht niet de tijd hebt om telkens weer de opstelling aan te passen, is het fotograferen uit de hand met inachtname van enkele voorwaarden een goed alternatief.
Gebruik in dergelijk geval je lichaam als statief. Gebruik je rechterhand om je camera stevig vast te houden en je linkerhandpalm om het objectief te ondersteunen. Druk je rechter elleboog in je zij en je linker elleboog stevig op je borstkas. Houd de camera dicht bij je aangezicht en gebruik de zoeker voor compositie en scherpstelling. Zet je tenslotte schrap door je voeten een weinig uit mekaar te zetten.

Ten tweede, kan je wanneer je uit de hand fotografeert het volgende regeltje toepassen: de te gebruiken sluitertijd, in 1/seconden, is kleiner of gelijk aan de brandpuntsafstand in mm.
Een voorbeeld: wanneer je een 200 mm telelens gebruikt, stel je best een sluitertijd van 1/200ste seconde of korter in.
Er zijn twee voorwaarden:
(1) ga best nooit onder 1/60ste seconde (de regel gaat dus niet op voor groothoekobjectieven: 35 mm en lager) en
(2) hou rekening met de cropfactor (*) van toestellen met een kleinere sensor (Nikon (**) doorgaans 1.5x, Canon (**) doorgaans 1.6x, Olympus 2x).
Nog twee voorbeelden:
(1) bij een groothoekobjectief van 28 mm gebruik je dus toch best minimaal 1/60ste seconde,
(2) Bij een 200 mm objectief op een Nikon met cropfactor 1.5 gebruik je best minstens een sluitertijd van 1/300ste seconde – namelijk 200 x 1.5 = 300.

Een derde manier vind je in het opdrijven van de gevoeligheid (ISO-waarde). Je moet dan wel rekening houden met toenemende ruis in de foto (bij film sprak men over een grovere korrel). Bijna alle hedendaagse toestellen geven zeer goede resultaten tot 400 ISO; ga je daarboven dan boet je afhankelijk van toestel en merk vroeg of laat in aan kwaliteit.

Een laatste hulpmiddel is trillingsonderdrukking en wordt soms ingebouwd in de lens (VR – Vibration Reduction bij Nikon, IS – Image Stabilisation bij Canon) en soms in het camerahuis, zoals bij Pentax of Sony. In de juiste omstandigheden levert dergelijk systeem een duidelijke verbetering op, maar meestal toch niet in de mate die de fabrikant claimt. In gevallen waarbij trillingsonderdrukking niet nodig is maar toch ingeschakelt wordt, kan het zelfs onscherpte genereren.

(*) De cropfactor geeft aan in welke mate de sensor van de camera kleiner (of groter) is dan het klassieke kleinbeeld filmformaat van 24 mm x 36 mm.
(**) Professionele Nikons en Canons gebruiken sensoren met kleinbeeldformaat, dus met een cropfactor 1.

Haarscherp trekt de aandacht


Hoe vermijd ik middelmatige foto’s?
10 veel gemaakte fouten bij fotograferen.

Tip 4. Haarscherp trekt de aandacht.

Wanneer scherpgesteld wordt op het verkeerde deel van de compositie kan dit de indruk wekken dat de foto onscherp is of wordt de aandacht van de kijker afgeleid van het hoofdonderwerp.
Het lijkt de evidentie zelve, maar een correcte toepassing in de praktijk is niet altijd even eenvoudig.

Dit heeft te maken met een combinatie van factoren, zoals het feit dat in vele gevallen het onderwerp niet centraal in het beeldveld staat (zie hiervoor de ‘regel van de gulden snede’ in Tip 3), het verschil in gevoeligheid van de autofocuspunten van je camera en de methode die je gebruikt om scherp te stellen.

In de meeste gevallen gebruik je als fotograaf de volgende stappen om scherp te stellen:
1. omdat het centrale autofocuspunt het gevoeligste is, richt je dit op het onderwerp,
2. je stelt scherp,
3. je herkadreert tot de compositie die je wenst,
4. je drukt af.

Wanneer je niet al te dicht bij je onderwerp staat, zal dit probleemloos verlopen, maar wanneer je onscherpe achtergronden verkiest of de lichtomstandigheden niet ideaal zijn en je bijvoorbeeld je 50mm f/1.4 met volledig open diafragma wil gebruiken, moet je rekening houden met het feit dat je met deze methode het risico loopt dat je het onderwerp net buiten het dieptescherpteveld doet vallen.
Onderstaande schema’s verduidelijken waarom dit zo is. Schema B toont hoe je dit kan vermijden.

Download: 2 verschillende scherpstelmethodes (PDF)

Los van het stukje theorie hierboven, is het belangrijk te weten dat je bij portretfotografie steeds scherpstelt op de ogen (en niet bijvoorbeeld de neus!). Dat is namelijk waar mensen eerst naar kijken. Tenzij misschien bij de meest geprononceerde exemplaren, ligt de menselijke neus niet ver vóór de ogen, waardoor een klein foutje hopelijk opgeslorpt wordt in de dieptescherpte, maar bij het fotograferen van huisdieren, zoals een hond, trek je dergelijke fout niet recht.

Product Visualisation - Patrick Verbessem - productfoto - hond Labrador

Foto genomen met een Nikkor 55mm f/1.2 met volledig open diafragma. De ogen van de hond zijn scherp, zijn neus en oren, die slechts enkele cm verder staan, niet meer.

Help! Waar is m’n onderwerp?


Hoe vermijd ik middelmatige foto’s?
10 veel gemaakte fouten bij fotograferen.

Tip 3. Help! Waar is m’n onderwerp?

Voor composities geldt vaak: hoe simpeler hoe beter.
Met hoe meer elementen het eigenlijke onderwerp moet concurreren, hoe lastiger het voor de kijker wordt om te zien waar hij op moet letten: het oog zoekt naar een rustpunt, maar kan het niet vinden.
Wees dus kritisch en selectief bij het bepalen welke elementen in de foto dienen opgenomen te worden en laat de rest vallen.

Kleurrijke elementen in de achtergrond, ook al is die onscherp, een te grote dieptescherpte door een te kleine diafragma-opening te gebruiken, verlichtingspalen, bomen of andere structuren die uit het hoofd van het onderwerp ‘groeien’, ondergeschikte elementen die een prominentere plaats op de foto innemen, beschaduwde gezichten tegen een zonovergoten achtergrond … zijn maar enkele voorbeelden hiervan.
Wat je ogen zien is reeds een interpretatie van wat er is; onbewust doet je geest je storende elementen negeren. Een camera doet dat echter niet!

Twee truukjes die je hierbij kan toepassen zijn enerzijds dichter bij je onderwerp komen.
Zoom in op je onderwerp of doe simpelweg een paar passen naar voor. Automatisch valt de omgeving voor een stuk weg en wordt de dieptescherpte kleiner.
Anderzijds kan je de regel van de gulden snede toepassen. Door gebruik te maken van 2 horizontale en 2 vertikale lijnen, kan elk beeldvlak opgesplitst worden in 9 vakken van gelijke grootte (3 vakken in 3 rijen onder elkaar).

Product Visualisation - Patrick Verbessem - productfoto - gulden snede

Elementen die op deze lijnen liggen of op de snijpunten ervan voelen aan alsof ze een natuurlijke positie innemen.
Dit is natuurlijk geen absolute regel! Ervan afwijken kan juist voor het noodzakelijke spanningsveld zorgen.

Camera-instellingen: schakel je toestel in vooruit


Hoe vermijd ik middelmatige foto’s?
10 veel gemaakte fouten bij fotograferen.

Tip 2. Camera-instellingen: schakel je toestel in vooruit

Herken je dit?
De laatste keer dat je foto’s nam, stond je in een donkere kerk waar flitsen verboden was. Je had de ISO-waarde verhoogd, de witbalans aangepast, het diafragma wijdopen gezet en, leunend tegen een zuil, een sluitertijd van 1/20ste seconde gebruikt. Nadien borg je de camera op. Je zit nu aan tafel en ziet door het raam de kinderen met de hond spelen in de zonnige tuin.
Je wil dit snel vastleggen … maar je moet nog alle instellingen aanpassen … je bent te laat.
Om hiervan een goede foto te maken, had je de ISO-waarde op 100 moeten instellen en een korte sluitertijd gebruiken. Ook de witbalans diende aangepast te worden.
In de tijd dat je nodig had om alle instellingen te wijzigen en te controleren, was het perfecte fotomoment voorbij.
Een snelle foto, met de instelwaarden van de kerkinterieurfoto’s, had in dit geval bewogen, overbelichte resultaten opgeleverd met veel ruis en vreemde kleuren.

Wanneer je aan een stoplicht klaar staat om te vertrekken, is de versnellingspook toch ook niet in ‘R’ geschakeld?

Zorg ervoor dat je na elk gebruik je camera terugzet naar standaardwaarden wat betreft:
ISO (gevoeligheid) – gebruik een standaardgevoeligheid van 100 of 200.
Witbalans (kleurtemperatuur) – gebruik de automatische stand. De meeste camera’s geven hiermee een degelijk resultaat in de meest voorkomende gevallen voor buitenfoto’s. In omstandigheden met kunstlicht kan je de automatische stand best vermijden.
Opnameprogramma – wanneer je een occasioneel gebruiker bent, gebruik dan het P-programma waarbij diafragma en sluitertijd automatisch aan mekaar worden gekoppeld. Wanneer je meer bedreven bent, gebruik dan het A(*)/Av(**)-programma waarbij je het grootste diafragma instelt en de sluitertijd automatisch wordt gekozen. Sluitertijdvoorkeuze met het S(*)/Tv(**)-programma komt in de praktijk minder voor en is bijgevolgd minder geschikt als standaardinstelling. Laat ‘M’ aan de specialisten en de zogenaamde ‘creatieve’ programma’s (Auto, portret, landschap, …) aan diegenen die hun creativiteit van dergelijke programma’s moeten hebben.
Autofocus is ingeschakeld.
Belichtingsmodus op matrixmeting (*), evaluatieve meting (**) of gemiddelde meting met nadruk op het centrum. Gebruik als standaardinstelling geen modi die minder dan 10% van het beeld meten.
Belichtingscorrectie is uitgeschakeld.
Beeldkwaliteit volgens eigen smaak (RAW, JPEG fijn, …). Stel deze niet te laag in omdat je dan meer foto’s op een kaartje krijgt. Zorg dan liever voor meerdere geheugenkaartjes.

Standaardinstellingen zijn per definitie afhankelijk van persoonlijke toepassingen. Ben je bvb. iemand die systematisch moto’s op een racecircuit fotografeert, dan kom je met het A(*)-programma niet ver. Het S(*)-programma met een sluitertijd van 1/1000 sec is meer van toepassingen, wellicht in combinatie met een hogere ISO-waarde.

(*) volgens Nikon-nomenclatuur, (**) volgens Canon-nomenclatuur

Zet je apparatuur in de startblokken


Hoe vermijd ik middelmatige foto’s?
10 veel gemaakte fouten bij fotograferen.

Tip 1. Zet je apparatuur in de startblokken

Apparatuur die niet in orde is, beperkt de kans op goede foto’s.

Plaats en inhoud fototas.
Zorg ervoor dat je materiaal een vaste plaats heeft in het huis, zodanig dat je niet moet beginnen zoeken op het moment dat je het nodig hebt.
Hou al je materiaal tesamen in een fototas en gebruik steeds dezelfde plaats bij de indeling voor je camera, lenzen en flits.
Monteer de meest gebruikte lens standaard op je camera.

Onderhoud materiaal.
Bescherm al je lenzen met een Skylight, UV of neutrale Haze filter. Controleer regelmatig of het filteroppervlak en het achterste lenselement vrij zijn van stof en vingerafdrukken. Kijk ook de binnenzijde van de lensdoppen na op vuil. Poets zo weinig mogelijk, maar wanneer het nodig is, gebruik dan eerst een luchtpompje. Wanneer dit niet voldoende blijkt, gebruik dan een microvezeldoekje met eventueel een weinig lensvloeistof. Gebruik nooit een zakdoek of brillendoekje.
De sensor van de camera is eveneens stofgevoelig, zeker wanneer regelmatig verwisseld wordt van lens. Er zijn verschillende producten in de handel die toelaten de sensor zelf te reinigen, maar ik raad dit af. Een sensorreiniging dient slechts sporadisch te gebeuren en vraagt wel wat vaardigheid. Een foutief uitgevoerde reiniging maakt je toestel voor altijd onbruikbaar of kan leiden tot dure herstellingen. Voor weinig geld laat je dit door een gespecialiseerde fotograaf perfect uitvoeren: het vraagt weinig tijd en je kan je camera zo weer meenemen.

Batterijen.
De actieradius van veel batterijen laat nog steeds te wensen over. Zorg permanent voor twee volledig opgeladen batterijsetjes. Zeker externe flitsers zijn energieslorpers, maar ook het permanente gebruik van het LCD-scherm vraagt behoorlijk wat energie. Niets is zo frustrerend als middenin opnames te moeten constateren dat je batterij het heeft begeven.

Geheugenkaartjes.
Geheugenkaartjes hebben filmrolletjes vervangen, maar ook de wijze waarop gefotografeerd wordt veranderde. Met filmrolletjes waren we behoorlijk zuinig; dat is niet langer het geval met geheugenkaartjes. Slechte foto? Wissen!
Zorg voor voldoende geheugenkaartjes. Neem liever twee kaartjes met een halve capaciteit dan één met dubbele capaciteit. Ook kaartjes kunnen defect of verloren raken, en zo verzeker je maximaal je resultaat. Ga niet voor de goedkoopste kaartjes. Zorg ervoor dat ze de gegevens voldoende snel wegschrijven, zet de foto’s zo snel mogelijk over op je computer en maak de kaart opnieuw leeg of gebruik de tweede kaarthouder in je camera, als je hierover beschikt, om elke foto tweemaal op te slaan.
Zorg er voor dat je steeds voldoende vrije capaciteit hebt voor onverwachte situaties.

Zonnekap.
Gebruik ze steeds. Ook bij mindere weersomstandigheden.
Enerzijds betekent ze een extra bescherming van de lens. Anderzijds gebruiken de meeste fotografen tegenwoordig zoomlenzen. Dergelijke objectieven hebben een zeer complexe optische formule en bestaan uit behoorlijk wat lenselementen. Zeker bij een lichtbron net buiten het beeldveld zorgt dit voor ongewenste diafragmavlekken en nevenbeelden. Door het gebruik van een zonnekap beperk je dit effect.