Onder- of overbelichte foto’s


Hoe vermijd ik middelmatige foto’s?
10 veel gemaakte fouten bij fotograferen.

Tip 6. Onder- of overbelichte foto’s

Hoe kan dit nu? Je had toch een meer dan behoorlijk beeld wanneer je kadreerde in de zoeker? Vergeet echter niet dat de camerasensor een beperkter dynamisch bereik heeft dan het menselijke oog: de sensor ziet dus minder nuances. Daar waar ons oog in zeer lichte en donkere partijen ontelbare gradaties onderscheidt, heeft de sensor deze mogelijkheid veel minder, waardoor dergelijke partijen ‘toeslibben’ tot onaantrekkelijke onder- of overbelichte delen van de foto.
In standaardomstandigheden is dit allemaal geen probleem, maar juist wanneer we daar wat van afwijken -en het in veel gevallen interessant begint te worden- is de juiste belichting vaststellen één van de moeilijkste dingen bij fotografie.

In de meeste gevallen is de oorzaak van verkeerd belichte foto’s te zoeken in een belichting die op de verkeerde plaats in de foto is gebeurd (de achtergrond is bvb. veel lichter dan het onderwerp, waardoor bij een goed belichte achtergond, het onderwerp te donker zal zijn) of doordat de camera-instellingen zo specifiek zijn (zie Tip 2. Camera-instellingen) dat een goede belichting onmogelijk is (je toestel staat bvb. nog op 1600 ISO, hetgeen op een zonnige zomerdag gegarandeerd zorgt voor uitgebrande foto’s).

Toch is je camera uitgerust met een aantal hulpmiddelen om dit te voorkomen.
Als je camera hierover beschikt, kan je in niet-standaard omstandigheden, gebruik maken van spotmeting. Hiervoor wordt slechts 1% van het beeld gebruikt om de belichting te bepalen: doorgaans is dit het punt waarop je scherpstelt.
Beschikt je camera hier niet over, dan is gedeeltelijke meting aan te raden. Hierbij wordt +/- 10% van het beeld gebruikt voor lichtmeting. Dit is inderdaad veel meer dan bij spotmeting, maar duidelijk te verkiezen boven de standaard algemene meting met nadruk op het centrum.
In omstandigheden waarbij het licht niet ‘standaard’ is maar wel constant tijdens de ganse tijd van de opnames, kan je bijvoorbeeld wél algemene meting gebruiken en dit dan in combinatie met het systematisch onder- of overbelichten met 1 of 2 diafragmastops.

Moeilijkere lichtomstandigheden zijn een goede reden om foto’s in RAW-formaat te nemen. Inderdaad heb je wel enkele extra nabewerkingsstappen, maar dit formaat laat, veel beter dan JPEG, toe om ook achteraf nog bepaalde verbeteringen aan te brengen.

Een (bij nogal wat amateurfotografen) weinig gebruikt, maar nuttig hulpmiddel is het histogram. Dit is een grafiek die je kan oproepen op je LCD-scherm en die toont hoeveel donkere (links) en lichte (rechts) delen in de foto aanwezig zijn.
Een perfect histogram bestaat uiteraard niet, maar probeer er op te letten dat ze ongeveer de vorm van een klokcurve heeft. Dit betekent dat helemaal links (donker) en helemaal rechts (licht) geen, of zo laag mogelijke, waarden af te lezen zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s